Verslag

St. Cristina reis 2019

11 tot en met 20 januari

De reis naar St. Cristina

De eerste dag

Zoals gepland vertrok de bus om 19.00 uur uit Leiderdorp. De reis ging voorspoedig, maar we waren toch iets later dan gepland (10.30 uur) bij  hotel Carmen in St. Cristina, maar daardoor konden we ook gelijk aan het ontbijt. Super de luxe trouwens dat ontbijt. Toen had Tony nog eens het slechte nieuws dat de kamers ook klaar waren. Hoe slecht kan je eerste dag beginnen. Na het ontbijt vormden zich 3 groepjes, die met elkaar op pad gingen. Uiteindelijk gingen we allemaal dezelfde kant op en kwamen we de leden van de Rijnlandse Skivereniging bij de fameuze apfelstrudel van Anna tegen. Ongelofelijk dat je een afdaling van ruim 10 km op kunstsneeuw kunt maken. Oogkleppen op, want buiten de pistes is de omgeving bruin. Dit in tegenstelling tot Oostenrijk, waar al veel is gevallen en de komende dagen weer een meter sneeuw wordt verwacht. Italië is gespecialiseerd in kunstsneeuw en de komende week ziet er daardoor prima uit.

Na het skiën troffen we elkaar in de bar van het hotel. Niet iedereen, want sommigen wilden al meteen even genieten van het uitgebreide wellness faciliteiten van het hotel.

Highlights:

  • voor een gebied waar het nog niet zo veel gesneewd heeft, zijn de sneeuwcondities op de piste geweldig. Het gebied van de Dolomieten is een fantastisch skigebied waar je iedere dag weer een andere tocht kan maken,
  • het hotel Carmen ligt in St. Cristina, een plaatsje  met de Saslong (wereldcup afdaling) , de Col Raiser en de lift naar Monte Pana als uitvalsbasis.
  • De skiinfrastructuur is geweldig
  • de dagtochten gaan vooral naar het kerkje, de Marmolada, Lagazuoi, maar natuurlijk ook naar Anna voor de afdaling van 10,5 km.
  • het appelgebak bij Anna is overigens wereld beroemd in Europa.

Rondje om de kerk

Op zondag is een groot deel van de groep naar het kerkje gegaan. Het kerkje ligt in een gebied achter La Villa. De tocht neemt bijna een dag in beslag. Vanaf ons hotel in St. Cristina zijn we via Monte Pana naar Selva/Wolkenstein geskied. Daar de looptbrug over naar de Dantercepies op. Aan de andere kant van de pas skiën we naar Corvara. Daar hebben we een paar liften genomen richting de wereldcupafdaling van Alte Badia. Inmiddels was het tijd voor koffie. Met twee jarigen in ons midden hoort daar natuurlijk gebak bij. Bij La Villa zijn twee afdalingen zwart (wereldcup) en rood. Wij hebben de rode genomen, omdat dat beter aansluit op de vervolgliften. Aan de andere kant van La Villa wacht een lange afdaling. Na nog een paar stoeltjes liften zijn we bij het kerkje. De meeste skiërs komen niet zozeer voor het kerkje, maar voor het restaurant, dat erachter ligt. De zaak is afgeladen, maar met een beetjes aanschuiven bij verschillende tafels hadden we met 20 man toch snel plek en binnen een kwartier een bordje met eten. Genoeg brandstof voor de terugtocht.

De stenen stad

Onderweg naar het gebied van Campitello, Belvedere (Canazei) passeer je de “Stenen Stad”. Dat gedeelte voorbij Plan de Gralba (Piz Seteur) heeft deze naam gekregen vanwege de enorm grote stenen die daar liggen. Hoewel de afdaling niet spectaculair is, je zou bijna zeggen een kluunpad, spreekt het gebied velen tot de verbeelding en velen stoppen ook even om een fotootje te maken.

De tocht ernaar toe is in de loop der jaren wat veranderd met nieuwe liften. Comfortabele cabinnes in plaats van stoeljesliften.

Na de “Stenen Stad” nemen we de eerstvolgende stoeltjeslift omhoog om vervolgens een lange afdaling te maken naar Lupo Bianco (hotel/restarant). Aan de andere kant van het dal ligt het gebied van Canazei (Belvedere).

 

Foto’s

Zeer verzorgde reis, koffie/thee/koek en een drankje in de bus, zowel heen als terug!

Een fijne gids, die het gebied als zijn broekzak kent en ons, vaak 20 mensen vloeiend door het skigebied bracht.

Leuke gezellige en sportieve mensen. Ik hoop nog tot latere leeftijd aan reisjes van de Rijnlandse Skivereniging te mogen deelnemen!

Massiel.

 

Op pad met Gerda

Woensdag 16 januari gaan René en ik samen wandelen; bergschoenen aan en op stap naar Ortisei. Het is mooi weer, de zon breekt door. Voor de Variatie steken we beneden het water over en lopen aan de overzijde van het dal, een rustige weg met af en toe een woonhuis of een boerderij op de helling. Aan de andere kant van deze bergwand ligt hoog de Alpe di Siuise (Unesco Werelderfgoed). Na zo’n 5 km lopen komen we in Ortisei aan. De weg daalt af naar de Grödner Bach, de watergang langs de weg. In het water staan enkele bevroren fonteinen als ijssculpturen van wel 10 meter hoog, wit tot lichtblauw van kleur. Dwars door Ortisei loopt de oversteek voor de skiërs vanaf het Annatal naar de overkant naar de lift naar de Aple di Siuise. Op skischoenen is dat een flinke stuk, maar met bergschoenen aan gaat dat veel gemakkelijker. We lopen richting Annatal via 3 lange roltrappen omhoog gevolgd door 2 lange loopbanden schuin omhoog door een tunnel. Aangekomen aan de rand van Ortisei begint het wandelpad naar boven.

Ortisei is een mooi stadje met prachtige oude gebouwen. Bij het stijgen krijg je een mooi zicht over de stad, het chique hotel met enorme tuin, de toren van het kerkje en het brede wandelpad, dat de vroegere spoorlijn markeert.

Het is een half uurtje lopen naar Anna, het restaurantje met het beste appelgebak in de regio, met warme vanillesaus natuurlijk. Het pad loopt langs een bergbeekje, met verschillende watervallen of sneeuw/ijs wallen. ’s Zomers zal het hier druk zijn: veel bankjes, kinderspeeltoestellen, houtwerkjes. Een prachtige route! Bij Anna was er alleen nog plaats op het terras. Een heerlijk plekje met plaid over de knieën. Fijn in de zon. 

De tocht naar Lagazuoi

De snellere groep skiërs, die uitstekend door het gebied gegidst werd door Ron, besloot op woensdag naar de Passa Falzarego te gaan, en naar Lagaciò. Dit eiste van hen heel wat, Eerst moesten ze met de vroege bus van 8.25 naar Selva gaan, dus vroeg ontbijten en vroeg vertrekken van het hotel. In Selva ging de groep, bestaande uit 19 goed gemutste en ervaren en energieke skiërs op weg naar Corvara, via verschillende liften en verschillende hellingen. Vanuit Corvara werd er reis gemaakt naar Armentarola. Het geniep zat daar in de wachttijden voor de busjes die de groep naar Lagaciò zouden brengen. Volgens Ron was het daar in vorige jaren misgegaan: teveel wachttijd, lange rijen, zodat men in eerdere jaren moest terugkeren. De organisatie van het skiën in de Dolomieten had echter niet stilgezeten, bleek daar. Er stond een middelgrote bus klaar, en later ook nog een kleiner busje waar de laatste leden van de groep in konden. Die tweede bus kwam eerder aan in de Passa Falzarego, omdat de eerste een niet al te sterke diesel had. Daar was het even wachten voor de lift naar Lagació. De groep werd echter beloond op het eindpunt van de lift met een prachtig uitzicht, bij de Refugio, waar een koffiepauze was. Dit is de uiterste lift van het gebied, richting oosten, richting Cortina d’Ampezzo. Bij de afdaling werd er even stilgestaan bij het ijspaleis, een enorme bevroren waterval.

Onderaan stond de bekende paardenlift klaar. Twee fiere en stevige knollen trokken de slee, waarachter de groep aan touwen werd voorgetrokken. Sommigen hadden wat opmerkingen over de diervriendelijkheid van het gehaal, maar de paarden leken er schik in te hebben. Al kun je nooit weten. Weer binnen het bereik van de liften ging de groep weer op terugtocht richting Corvara. Dat betekende veel korte liften, en veel korte hellingen. Pas nadat vanuit Corvara Selva weer in zicht was, werden de afdalingen langer en spectaculairder. Inmiddels was bij Corvara ook de lunch genoten op een buitenterras met een sterke zonnestraling. De groep kleurde zienderogen bij. Na Corvara en Selva kwam de groep via de Saslong weer aan in Santa Christina. Bij de bar werd nog een borrel gehouden, met carnavalsmuziek, en gedanst. Een bustocht in een stikvolle bus volgde, terug naar Hotel Carmen. Daar kwam de groep in opperbeste stemming, maar wel met enige vermoeidheid in de leden, aan. En daar kon de sauna en het zwembad, of gewoon het eigen bed, weer opgezocht worden.

 

 

 

Capriolen op de Seiser Alm

Op de laatse dag doen de meesten het wat rustiger aan. Om voorbereidingen voor de terugreis te maken willen we niet te laat terug zijn. Een groot deel heeft besloten om nog een rondje Seiser Alm te maken. Die tocht is gekozen vanwege de 10,5 km lange afdaling van de Ceceda naar St. Ulrich (Ortisei). Koffie natuurlijk bij Anna. Onderaan moeten we via een loopband en loopbrug naar de overkant van Ortisei en vervolgen met de cabinelift naar boven. Boven zien we de Seiser Alm als een waaier voor ons liggen. Bovenaan de laatste lift wordt er geluncht. Om terug te komen, rijdt een bus naar Monta Pana. Bij de laatste afdaling heeft de groep nog een levende slalom gemaakt. Niemand omver geskied en iedereen heelhouds beneden gekomen.

Op pad met Gerda (vervolg)

De wandeling terug langs de beek, stoken Ortisei door richting lift naar de Seiser Alm. Daar staan we om 14.00 uur tussen de skiërs met uitzicht over de alm, prachtig in de zon. Even snel een afdaling doen, is er niet bij. Er zijn verschillende wandelroutes, onder andere één naar Saltria. Ik herken dat als eindhalte van de bus vanaf de Monte Pana, die door het natuurgebied rijdt. Er stond bij: een uur lopen. René hakte meteen de knoop door zonder dat te melden. Al zigzaggend dalen we de sneeuwhelling af. We kwamen af en toe een arrenslee tegen met 2 paardjes, een koetsier en 4 passagiers. Hard werken voor de beestjes.

Na een uur lopen passeerden we een bordje met richting Saltria 40 min lopen. Toen had ik pas in de gaten wat René van plan was. Maar ja teruggaan was niet zo aantrekkelijk. In een barretje drinken we een kop thee en vragen naar de beste wandelroute: de officiële route ging over een voor de arrenslee e.d. geschikte weg, maar je kon ook regelrecht naar beneden, beekje over en verder over een voetpad, veel echter en korter. Kortom dat gingen we doen.

Al wandelend in de zon en wegzakkend in de sneeuw liepen we naar beneden, zo recht mogelijk. Het paadje aan de overkant van het beekje zagen we wel, maar de beek zelf en het bruggetje nog niet. Dat werd teruglopen en op een andere plek weer afdalen. Gelukkig kwamen we een man tegen, die het wandelpad had gelopen en hij kon ons de weg wijzen: recht door, maar ja om hoogte te winnen moet je toch zigzaggend. Na een hele tijd zagen we weer een bordje: nu nog 20 min lopen. We waren al 2 uur aan het lopen. Tegen 16.00 uur begon de zon al te zakken. Het zicht was prachtig. De bergen (Sasso Lungo) waren prachtig in de zon.

We gingen toch wat sneller lopen, want hoe laat gaat de bus van Saltria naar Montepana en hoe laat gaat de laatste lift? En hoe groot is Saltria? Komen we goed uit bij de bushalte? Saltria blijkt geen dorp te zijn, maar een hotel. Vanuit de verte zag René de bus al staan. Hij liep vast vooruit en ik er achter aan. Op de valreep (16.30 uur) haalden we de bus  (alsof de bus op ons heeft  gewacht). Buslijn 12, ritje voor 3,50 euro door prachtig natuurgebied, bos, maar ook hellingen waar de sparrenbomen, (door een lawine  die najaar 2018 waren omgegaan als lucifertjes) langs de weg lagen  en op de hellingen.

Om 16.55 uur bij het eindpunt en de lift. De liftjongens waren al aan het afsluiten. We waren precies op tijd.



Wil je ook leuke avontuurlijke reizen beleven maar ben je nog geen lid?

De rijnlandse skivereniging is een gezellige club. Wij organiseren onze skireizen zelf met eigen mensen, vrijwilligers, die daar veel ervaring in hebben. De vereniging bestaat al 52 jaar. We hebben leden die zowel jong als oud zijn.

Onbezorgd op reis.

De reis wordt voor je geregeld

Voor jong en oud

Diversiteit, familiegevoel
}

52 jaar bestaan

Een halve eeuw